Branchenieuws
Foto Remko Kraaijeveld

De 7 zonden van Ronald Giphart

Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. De horeca kent vele verlokkingen. Aan welke van de 7 zonden maken wij ons schuldig? Deze keer in de biechtstoel: Ronald Giphart, schrijver, organisator van Maffe Maandag en momenteel te zien op tv in De Wit, Rosé en Roodtrip. “Mijn vader was stoïcijn. Als iedereen hysterisch was of stond te schuimbekken, was hij rustig. Dat heb ik geërfd. Misschien is mijn geest wel wat dood.”

IJdelheid
“Toen Google net doorbrak, maakte ik de fout mezelf eens te googelen. Dat was niet goed voor mijn zelfbeeld. Een truc is dan om een paar andere mensen op te zoeken en te zien wat zíj voor stront over zich heen krijgen. Maar verder geloof ik oprecht niet dat ik ijdel ben, mijn vrouw en kinderen kunnen daarvan getuigen. Al sinds mijn middelbare-schooltijd koop ik ieder half jaar dezelfde kleren en ik draag altijd dezelfde bordeelschuivers. Het enige waar ik bij het nemen van foto’s op let, is of mijn buik niet te fors uitkomt en mijn onderkin niet te beeldvullend is. Als dat ijdel is, ben ik ijdel.”

Hebzucht
“Ik ben alleen hebzuchtig als het gaat om boeken, verder kunnen materiële zaken me echt gestolen worden. Tijdens mijn theatershow met Bart Chabot en Martin Bril heb ik, in navolging van Bril, een poging gedaan mooie pennen te verzamelen, maar binnen een jaar was ik ze allemaal weer kwijt. Verder verzamelde ik in de loop der jaren niets van mijn eigen boeken, dus ook geen eerste drukken of vertalingen. Ik hou gewoon aan weinig dingen vast. Hetzelfde geldt voor keukenspullen. In het verleden schafte ik af en toe geinige apparaten aan, tot ik besefte dat die allemaal stonden te verstoffen in de kelder.”

Woede
“Mijn vader was stoïcijn. Als iedereen hysterisch in de gordijnen hing, was hij rustig. Als iedereen schuimbekkend van boosheid stond te schreeuwen, was hij rustig. Deze eigenschap heb ik geërfd. Misschien is mijn geest wel wat dood, maar ik word bijna nooit echt woedend. Soms op een malloot in het verkeer, maar al snel denk ik: misschien is hij op weg naar zijn stervende moeder in het ziekenhuis. Ook in restaurants ben ik nooit boos. Als een maaltijd echt heel slecht is kan ik juist erg opgelucht besluiten: hier gaan we dus nooit meer eten. Mijn vader zei bovendien vaak: ‘Ik vind bijna alles één grote grap’. En dat is ook mijn mening.”

Jaloezie
“Er zijn 2 soorten jaloezie, waarvan ik er één ook weleens ervaar. Als eerste is er afgunst over het welvaren van anderen. Ik hoop dat die vorm mij bespaard zal blijven. Daarnaast is er de jaloezie op de kunde van anderen en die vorm plaagt mij wel degelijk. Ik kan jaloers zijn op de schrijfkunst van collega’s, op de souplesse waarmee sommige mensen in het leven staan, op de blik die sommige van mijn vrienden op het leven hebben, op de kennis van sommige kookschrijvers of op de creativiteit van zo’n beetje alle koks die ik ken. Maar die jaloezie is ook een motor.”

Lust
“Lust is allesomvattend. Het verlangen naar bevrediging - of het nu gaat om de smaakpapillen, oren, oogkegels, huidcellen, geslachtsdelen of andere uithoeken van het lichaam - is aanjager van alles. Wie geen lust meer voelt kan de verbrandingsoven het beste al op de maximale stand laten zetten. Lust is leven. En daar hoort overgave bij, de kunst om de wereld los te laten en jezelf te verliezen. Natuurlijk gaat dat soms gepaard met schuldgevoel, maar vaak ook niet. Ik koester warme herinneringen aan momenten waarop ik aan lust had toegegeven. Een wild feest. Een copieuze maaltijd. Een nacht zonder te slapen. Een idioot goede fles wijn. Of 2. Of 3.”

Luiheid
“Er zijn momenten van aangename luiheid, maar ook van dito werkdrift. Ik heb geen specifieke voorkeur, al verlang ik in tijden van deadlines en stress - zo’n beetje altijd dus - naar rust en afzondering. En als ik dan een paar dagen lui in mijn bed lig te rotten, wil ik juist aan het werk. Het liefst ben ik lui met mijn vrouw, dan delen we momenten van intens geluk: de kinderen de hort op, het bed bezaaid met lekkernijen, een paar koele flesjes ipa binnen handbereik, Netflix met een nieuw seizoen van House of Cards en uren van ledigheid in het verschiet.”

Gulzigheid
“Mijn grootste zonde: ik kan geen maat houden. Als er in een restaurant 3, 4 of 8 gangen worden geserveerd, is het genetisch bepaald dat we kiezen voor de laatste. Kaas erbij? Natuurlijk. Dessertwijn? Waarom niet? Friandises? Lijkt me wel. Pousse-café? Graag. Ook onder andere omstandigheden kan ik geen voedsel zien zonder de drang om ervan te nemen. Niet dat ik altijd aan die drang toegeef, maar het is knokken. Net gekochte etenswaren zijn in ons huis regelmatig dezelfde dag nog op, want met name ik kan mezelf moeilijk in acht nemen. Mijn vrouw verstopt ook eten voor me, hoe zielig is dat?”

Reactie toevoegen