Biernieuws
Foto Peter Franken

‘Als ik nu zou starten, werd het een brewpub’

Bier & cO organiseerde bij Jopen in Haarlem een paneldiscussie met Steve Hindy (Brooklyn Brewery), vier Nederlandse brouwers van craft-bier en, verrassend, Willem van Waesberghe (Heineken) om te praten over de Nederlandse craftbeer revolutie. Van alle (craft)brouwers is Olivier internationaal het meest succesvol, maar het minst positief over de toekomst van craftbeer in Nederland. ‘Het is echt een gedoe, een brouwerij opzetten.’

Tekst: Gerard Molenaar

Hij verraste vorig jaar met de aankondiging dat Bavaria een aandeel in De Molen had gekocht. De schrik sloeg sommige bierliefhebbers om het hart. ‘Je wilt niet weten hoeveel reacties we nationaal en internationaal hebben gehad’, zegt Olivier, die er aan toevoegt dat er lang is getwijfeld over de omstreden stap. ‘Maar het belang van Bavaria is 35% dus we hebben alle touwtjes in handen en er zijn onmiskenbaar voordelen’, zegt de brouwer uit Bodegraven die alleen bieren brouwt die hij zelf lekker vindt. En dat doet hij goed, want internationaal vergaarde hij roem en nog altijd gaat een groot deel van zijn bieren naar het buitenland. Maar inmiddels blijft 50% in Nederland.

Na de paneldiscussie vertelt Olivier dat het wel erg druk wordt op de craftbeermarkt. Tijdens de discussie werd duidelijk dat Nederland per hoofd van de bevolking al meer brouwerijen heeft dan de VS. Steve Hindy (Brooklyn Brewery) en Michel Ordeman (Jopen) zien nog ruimte genoeg voor nieuwe brouwerijen, maar Olivier is voorzichtiger en ziet een verzadiging. ‘Het is echt een gedoe, een brouwerij opzetten. Het heeft ons jaren gekost om alles goed op orde te krijgen. Als ik nu zou beginnen, zou ik een brewpub beginnen. Zoals bijvoorbeeld de Kaapse Brouwers is opgezet. Dat lijkt me verstandiger, want ik verwacht een grote concurrentieslag. Als mensen komen eten en huisgebrouwen bier komen  drinken, heb je geen distributieprobleem.

Lagerdrinker verleiden
Het is juist de samenwerking met Bavaria die er voor zorgt dat er minder ‘gedoe’ is. ‘De samenwerking zagen we als een mogelijkheid om technische- en distributievoordelen te halen. Die technische voordelen uiten zich in kwaliteitsbeheersing en – controle. Daar hebben we echt een slag gemaakt.’ Maar de distributievoordelen zijn minder groot. ‘Er zit een gapend gat tussen onze uitgesproken smaken en het pils van Bavaria.’ Anders gezegd: het is lastig voor Bavaria om de bieren van De Molen bij de traditionele lagerdrinker te krijgen. Daarom zet de brouwerij  binnenkort de stap een klein salesteam op te zetten. Tot nu toe verkocht het bier zichzelf richting de speciaalbierliefhebber. ‘Met de hulp van dit team willen we de lagerdrinker verleiden om eens een bier met meer smaak te proberen.’ Dat is een hele stap voor een brouwer die terloops meldt dat marketing niet zijn ding is.

Meer inzicht
Dankzij de samenwerking met Bavaria concentreert de Molen zich nu ook op een portfolio van zes standaardbieren. Daarvan zijn Vuur & Vlam en Hop & Liefde de hardlopers. ‘Door de technische samenwerking heb ik meer inzicht gekregen. Het laboratorium is wat dat betreft onmisbaar en heeft mij beter gemaakt. We proberen zoveel mogelijk  de smaak gelijk te houden en dat gaat nu beter.” Maar de brouwer weet ook wat hij niet wil. ‘Ik maak geen zure bieren. Dat is echt niet mijn ding. En voor de toekomst heeft hij nog een zorg. ‘Het is moeilijk goede brouwers te vinden. We hebben nu vier door ons zelf opgeleide brouwers in dienst, sommige uit het buitenland.”

Barrel aged blijft
Op de vraag of barrel aged blijvend populair zal zijn, heeft de Bodegraafse brouwer een duidelijk antwoord. “Ik geloof in barrel aged en ik ben ervan overtuigd dat de groei zal doorzetten. De bierdrinkers zijn er blij mee en met barrel aged trek je ook mensen die nu bijvoorbeeld wijn drinken.” Maar het lichte pessimisme over de hele craftbeer sector blijft. ‘Ik denk dat de toekomst te rooskleurig wordt voorgesteld.”

Reacties

Reactie toevoegen