Jenever voor de wodkageneratie

Toen werd bekendgemaakt dat de vierde editie van het Jeneverfestival niet in Schiedam maar in Amsterdam zou worden gehouden, steeg enig gemor op in de Rijnmond. Jenever hoort immers thuis in Schiedam, de jeneverstad bij uitstek? Maar Amsterdammers antwoorden dan in koor: en Lucas Bols dan?

De ‘strijd’ tussen Rotterdam en Amsterdam was eeuwen geleden ook al gaande. Dankzij de florerende handel in graan vond de productie van korenbrandewijn plaats in de buurt van de havens van de twee steden. Eerlijk is eerlijk: Schiedam was heer en meester. Eind negentiende eeuw was de stad hét alcoholisch epicentrum van de wereld met bijna vierhonderd branderijen en een productie van 46 miljoen liter moutwijn per jaar. Jenever was destijds de meest gedronken spirit ter wereld.
Die glorietijd is voorbij. Jenever wordt nu nauwelijks geëxporteerd. In eigen land dronken we er vorig jaar nog 125.000 hectoliter van (twintig procent van alle sterke drank), maar dat volume neemt elk jaar met vijf procent af. Vooral vijftigplussers drinken het nog; de nieuwe generatie kijkt er niet naar om.

Ik sprak laatst met Arno Donkersloot van Hooghoudt ter gelegenheid van de introductie van drie nieuwe, Groningse jenevers. “Als er niets verandert”, zei hij, “glijdt jenever langzaam af naar niets. Dat is zonde.” Met de nieuwe reeks zogenoemde Rijke Jenevers wil Hooghoudt een begin maken aan het voorkomen daarvan. “We willen overbrengen dat in jenever iets te ontdekken is. Het zijn jenevers voor de wodkageneratie.” Hooghoudt wil dit en komend jaar nog meer nieuwe jenevers introduceren, onder andere korenwijn en oude jenever. “Jenever is een erg mooi product waar je heel veel mooie dingen mee kunt doen. We zouden met z’n allen een geweldig exportproduct kunnen hebben. We zouden net als met whisky de wereld kunnen veroveren.”

Uiteraard mocht ik de nieuwe jenevers proeven. Ze overtroffen mijn verwachting. Het zijn verrassende, nieuwe smaken. Rijke Jenever no. 24 is uitbundig geurig en fleurig dankzij extracten van lavendel, vlierbloesem, jasmijn en kamille. No. 67 heeft een uitgesproken fruitig profiel door cranberry, grapefruit en rozenbottel. Net als de 24, flirt deze jenever met wodka met een smaakje, ware het niet dat citroengras, sinaasappelschil en gember een pittige bite aan de drank toevoegen. Beide expressieve smaken doen het (tevens) goed in mixdranken. De meest klassieke jenever is de no. 45. De zachte, rijpe aroma’s van de zestien jaar oude moutwijn in de blend worden door zouthout, angelica en vanille geaccentueerd. Een verfijnde jenever om puur te serveren. No. 45 is een jenever om samen met je vader te drinken.

Han Sjakes
Reacties zijn welkom op Sjakes.com

Reacties

Reactie toevoegen