Theegenpolen

Wuyi Mountains, China. Ik ben in het Verre Oosten om nieuwe oogst in te kopen voor mijn theemerk. In dit gebied draait werkelijk alles om thee. Zo’n beetje iedereen in de regio verbouwt, sorteert, plukt en/of verkoopt het. Jong en oud door elkaar heen. Thee staat hier op één, daarna komt thee en vervolgens … weer thee. Al het andere in de wereld volgt ergens ver daarachter. En ondanks dat het zo’n big deal is, doen de mensen hier gek genoeg niet zo serieus over hun geliefde blaadjes als wij westerse theezetters.

Als ik bij Crusio theesamples proef om een recept samen te stellen, lijkt de keuken net een laboratorium. Overal staan weegschaaltjes, thermometers, potjes en waterkokers. Ik experimenteer met verschillende extractietijden en kijk hoeveel infusies elke thee kan hebben. Vervolgens schrijf ik alle smaken, aroma’s en geuren die ik ontdek op papier. Soms pen ik wel drie A4’tjes vol met bevindingen. Tijdens het maken van recepten mag er geen taart in de oven. Ik wil namelijk niet afgeleid worden door andere luchtjes. De dag ervoor drink ik bovendien geen alcohol en ligt er geen gekruid eten op m’n bord. Op de proefochtend zelf sla ik zelfs het ontbijt over. Ik wil zo smaakneutraal mogelijk beginnen. Niemand moet tijdens het proeven ook maar iets tegen me zeggen. Af en toe schuif ik stoïcijns een kom thee onder de neus van een collega. “Hier, proef.” Ik communiceer als een holenmens. Na een paar uur ben ik helemaal leeg en laaf ik me aan liters koffie en croissants met jam en boter.

Hoe anders pakken de Chinezen in de Wuyi Mountains het aan. Ze halen kokend water van het vuur, wassen de thee daar een keer mee, schenken nog een keer op en beginnen dan met proeven. Geen thermometer, geen weegschaal, niets. Het enige wat ze tegen elkaar zeggen: “Colour? Yes. Taste: yes. Ah, sweet is back.” En dan weten ze genoeg. Daar zit ik dan met mijn formulier, waarop ik zelfs de tijd van proeven noteer en de temperatuur van de ruimte waarin we zitten. En het wordt nog gekker. Naast mij schuiven twee Chinese theekopers aan. Een man en een vrouw die serieuze hoeveelheden inslaan. Complete oogsten kopen ze op. Tientallen theeën komen in moordend tempo voorbij. Mijn tong raakt ervan verlamd. De twee hebben nergens last van en steken tussen de proefsessies door doodleuk een sigaretje op. Thuis onthoud ik me dus bewust van dat soort praktijken, zitten ze hier gewoon te roken!

Na een paar weken China begin ik de mensen er steeds beter te begrijpen en word ik comfortabeler met het loslaten van mijn meet- en weetgereedschap. Tegelijkertijd besef ik dat het belangrijk is dat ik thuis wél zoveel aandacht besteed aan het beschrijven en uitproberen van mijn theeën. Dat is hier nodig. In China niet. Die theemensen zitten bij de bron, ze voelen de thee aan. Een timmerman heeft ook geen waterpas nodig om te zien of zijn kozijn goed recht staat.

Reacties

Reactie toevoegen