Rust in de tent: tips voor de juiste akoestiek

Herrie in de horeca is een veelgehoorde klacht onder gasten. En om dat euvel op te lossen is meer nodig dan een plantenwand, vloerkleed of mooi gordijn in uw zaak. “Er bestaan tal van mogelijkheden om de akoestiek te verbeteren.”

Tekst Carolien Dircken

“De ear-splitting hell of New York Dining.” Zo omschreef een journalist van The New York Post de hedendaagse restaurantcultuur in de Amerikaanse hoofdstad laatst in een artikel. Want als er iets is dat de vele trendy eetgelegenheden in New York bindt, zo blijkt ook uit artikelen in andere media, dan is het wel de slechte akoestiek. Herrie wordt zelfs vaker als klacht genoemd dan slechte service, matige kwaliteit van het eten of drukte.
Het probleem bestaat niet alleen in New York, of de Verenigde Staten. Ook in Nederland wemelt het van de horecazaken waar gasten zich zonder hard geschreeuw niet verstaanbaar kunnen maken. Hoge plafonds, open keukens, minimalistisch interieur: het helpt niet echt bij het voeren van een goed gesprek. “Uit eten gaan is een audiohel”, stelde journalist Auke Kok 2 jaar geleden ook al in NRC. Hij was helemaal klaar met dat ‘massief getetter in al die tot restaurants verbouwde fabriekjes en scholen, waar het geluid ongehinderd heen en weer kaatst tussen staal en beton’. Ook in andere artikelen - en in recensies op beoordelingssites - delen mensen die mening: veel horecazaken focussen op wat de mond proeft en het oog ziet. Maar wat de oren van de gasten te verduren krijgen tijdens een bezoek, lijkt vaak bijzaak.

Vuistregel voor akoestiek 
“In de horeca zit het probleem ’m vooral in slechte spraakverstaanbaarheid, die veroorzaakt wordt doordat veel mensen bij elkaar in een grote ruimte zitten”, duidt Jeroen Besteman, specialist bij Het Stille Verzet, een bedrijf uit Zuidland voor akoestische oplossingen. Hij ziet wel dat steeds meer horecaondernemers het probleem serieuzer nemen en die spraakverstaanbaarheid willen verbeteren, maar ze pakken dat volgens hem vaak niet grondig genoeg aan. “Een serieuze oplossing begint met één vuistregel. Om ervoor te zorgen dat mensen in je zaak rustig een gesprek kunnen voeren, moet je één derde van je vloeroppervlak aan absorptiemateriaal aanbrengen op wanden, of twee derde op het plafond”, legt hij uit. “Dus heb je een vloeroppervlak van 100 vierkante meter, dan moet je op de wanden minstens 33 vierkante meter invullen met akoestische wandplaten of ander absorberend materiaal. Of minstens 66 vierkante meter plafondoppervlak absorberend maken.”

Eyecatchers 
“Planten, gordijnen, stoffen meubels of wandkleden gaan niet zoveel helpen bij je akoestische problemen”, waarschuwt Besteman. “Dat is echt een misverstand. Net als de akoestische werking van vloerbedekking trouwens: die dempt vooral de ruimteakoestiek, en dat betreft andere tonen dan de basfrequentie waarop we met elkaar praten. Door vloerbedekking kunnen andere gesprekken in de ruimte dus juíst harder hoorbaar zijn.” Gordijnen doen hun werk hooguit als ze dik genoeg zijn en op de juiste manier worden opgehangen, vult hij aan. “Minstens 95 centimeter uit de kant en met de nodige andere stoffen erachter.” Hij raadt ondernemers en interieurdesigners daarom aan alleen te werken met materialen die getest zijn op hun absorberende werking. “Akoestische panelen en wandbekleding zijn ideaal, net als absorberende plafondspray”, zegt hij. “Hoewel die spray ook pas het gewenste effect heeft als er een laag van minstens 40 millimeter wordt aangebracht.”
Nienke Idzerda, interieurarchitect bij Homint, werkt graag met de oplossingen die Besteman noemt. “Akoestische panelen en wandsystemen zijn er in allerlei soorten en maten”, tipt ze. “Je kunt ze op een speelse manier ophangen, laten bedrukken met foto’s, zodat het eyecatchers worden in je zaak, in de kleuren van je zaak laten meespuiten of als wandbekleding gebruiken. Wij maken er ook unieke, op maat gemaakte wanden mee en in mooie patronen, zodat de akoestiek letterlijk onderdeel wordt van het interieur.”

Investering terugverdienen 
Mooie én werkende mogelijkheden voor goede akoestiek zijn er dus wel, maar daar hangt een prijskaartje aan. Ook een belangrijke reden dat herrie in de horeca nog een veelvoorkomend probleem is, vermoedt Besteman. “Ondernemers schrikken gauw van de investering die ze moeten doen om die grote oppervlaktes in hun zaak absorberend te maken. Dat snap ik. Maar halve maatregelen hebben helemaal geen effect. Dan is elke cent die je erin investeert weggegooid geld.” Bovendien is zijn ervaring dat slimme akoestische oplossingen zich vaak terugbetalen. “Zo hebben we laatst bij een verbouwing akoestische roomdividers geplaatst in een restaurant, met gelhaarden erin. Dat zorgde niet alleen voor een betere spraakverstaanbaarheid: we konden ook een derde meer zitplaatsen creëren. Wat dus een derde meer omzet betekent.”

Mirjam Espinosa, mede-eigenaar van Hotel V en restaurant The Lobby in Amsterdam, gelooft ook in de meerwaarde van investeren in goede akoestiek. Zeker voor de gast. “Als ik zelf uit eten ga, wil ik me kunnen focussen op het eten en een goed gesprek”, zegt ze. “Zaken waar je moet schreeuwen om elkaar te verstaan begrijp ik niet. Mensen raken er sneller vermoeid en overprikkeld van, waardoor ze eerder weggaan. Of ze gaan meer drinken en minder eten. Ik heb het liever andersom.” Daarom ging ze de uitdaging aan om in The Lobby, het restaurant van Hotel V Fizeaustraat in een ‘betonnen kolos uit de jaren 70’, de akoestiek zo perfect mogelijk te krijgen. “Het plafond behandelden we met akoestische spray, de meubelen zijn gestoffeerd en op de wanden heb ik houten schrootjes geplaatst, dat paste mooi bij de jarenzeventig-uitstraling van het pand”, begint ze. “Om de houten panelen nog meer geluid te laten absorberen, gebruikten we speciale latjes en plaatsten we die op een bepaalde manier, op advies van onze akoestiekspecialist.” Het resultaat is een prachtig interieur en een prettige akoestiek. Zo prettig dat zelfs kritisch journalist Auke Kok verbaasd was. Hij zei na z’n bezoek: “Bij The Lobby ging ik van een audiohel naar een audiofonische extase”.

Galmende kerk 
Mogelijkheden te over dus, om akoestiek op een mooie manier in een zaak te integreren of hier zelfs meerwaarde aan te geven. Maar dat betekent niet dat oplossingen altijd in het oog hoeven te springen. “Nadenken over de akoestiek is voor ons een must bij het ontwerpen van nieuwe zaken, maar je moet de ruimte ook respecteren”, zegt Fred Bus van horecagroep Debuut. “Daarom hebben we bijvoorbeeld bij Kees in Houten een akoestisch paneel áchter een kast geplaatst. Dat helpt wel, maar het stoort niet.” En soms, heel soms, moet slechte akoestiek gewoon  gezien worden als bijkomstigheid, weet hij. “Olivier is gevestigd in een oude kerk in Utrecht. Dat galmt, maar we willen dienstbaar zijn aan dat mooie, oude gebouw, de grootsheid van het pand. Het past niet om daar panelen of doeken op te gaan hangen”, vindt Bus. “Na 12 jaar heeft 90% van de gasten helemaal geen probleem met de akoestiek. De mensen accepteren het.” En dat is maar goed ook, weet Besteman. “In een kerk kun je akoestiek moeilijk verbeteren.” In de rest van Nederland valt echter nog genoeg winst te behalen.

Thema: 
Delen: