Tips en afraders voor ontwerpen en uitvoering
Foto Victor van Leeuwen

Tips en afraders voor ontwerpen en uitvoering

Zet 2 lichtprofessionals bij elkaar en er ontstaat een prachtige inkijk in de wereld van dimmers, timers, bolletjes en led. En er zijn lichtprojecten realiseerbaar waar je vroeger alleen van kon dromen. Maar licht in de horeca luistert sowieso heel nauw. Daarom enkele tips.

Tekst Femke Wolthers 

Een goed lichtplan is essentieel voor een horecazaak, maar waar moet u als ondernemer dan allemaal aan denken? Een sfeer voor ogen hebben is immers één ding, deze realiseren een ander. Robert Burgstad (manager commercial & design Design Electro Products (dEP)) en Ellen Goulmy (docent Lighting Design Academy (LDA)) geven daarom tipjes van de sluier. “Ondernemers zijn creatief en weten wat ze willen, maar de gewenste ambiance vertalen naar een techniek is een ander verhaal”, zegt Burgstad. Goulmy vult aan: “Lichtontwerp is inderdaad echt een vak. Ga daarom niet zelf het wiel uitvinden of dingen die je hebt gezien kopiëren. Neem een onafhankelijke professional in de arm.”

Ontwerpen en programmeren 
Er zijn echter wel dingen waar je zelf al aan kunt denken. Burgstad: “Stap 1 is de sfeer bepalen die je voor ogen hebt en die overbrengen op een lichtprofessional. Stap 2 is om iedereen om tafel te zetten: de lichtontwerper, architect en zo mogelijk de interieurontwerper. Realiseer je vervolgens dat een goed lichtplan begint met de basisverlichting. Die zorgt voor de beleving van het gebouw, de ruimte en het interieur. Als de basis goed is, kan deze worden aangevuld met sierarmaturen en specials naargelang het budget. Nadat alles ontworpen is, ben je er echter nog niet: dan begint het programmeren en afstellen.” Goulmy: “Op de opleiding noemen wij dit het spelen met licht, storytelling. We besteden daar veel aandacht aan. De zaak overdag is immers een andere scene dan ’s avonds.”

Tijdens deze processen kijkt Burgstad, samen met de ondernemer, niet alleen naar het interieurplan, maar ook naar het pand en de locatie. “Pas dan kun je het licht gaan optimaliseren. Daarbij komt ook technische kennis kijken; die is minstens zo belangrijk als het ontwerp. De elektricien en programmeur maken het echt af. Zoals wij altijd zeggen: 50% van het licht zit in het zicht en de andere 50% daarbuiten. Dat is de besturing.”

Werken met led 
Een van de voordelen van nu, is dat led steeds meer en beter gebruikt kan worden. Burgstad: “Het leent zich namelijk bij uitstek voor maatwerk. We zien led nu bijvoorbeeld ook verwerkt worden in kasten en meubels.” Een nadeel is dat het zich moeilijker laat dimmen en dat kleurwaarden nog niet altijd perfect zijn. Horecaondernemers hangen nog steeds aan het oude, vertrouwde licht en de beleving alsook werking daarvan, zoals bij gloeilampen en halogeen, meent Burgstad. “Met led kunnen we het warme gevoel goed benaderen. Kleuren en materialen in de omgeving hebben echter veel invloed op hoe led reageert.”

Ondernemers die hun oude lampen willen vervangen door led, lopen sowieso tegen problemen aan. Goulmy: “We zien het al in de opleiding, er komt bij led andere vakkennis kijken dan bij de bekendere lichtbronnen". "En het werkt dus anders, dus het is niet zo simpel als spotjes omwisselen", vult Burgstad aan. "Investeer zodoende alleen echt in led als je een nieuwe zaak opent.”

Wel kun je het toch ook energiebesparende - ledlicht bijvoorbeeld al prima gebruiken voor bijvoorbeeld de uitlichting van het pand, tipt Goulmy. “Deze kan bovendien ’s nachts uitgezet worden.” Ook energiebesparend zijn tijdschakelaars en bewegingssensoren in achterliggende ruimtes zoals de keuken en toiletten, vult Burgstad aan.

(Klassieke) fouten 
Als Burgstad en Goulmy gevraagd wordt naar welke lichtfouten ze in de praktijk tegenkomen, zegt laatstgenoemde: “We zien horecazaken weleens de plank flink misslaan. Wat bijvoorbeeld bijna niemand weet is dat wij mensen te snelle lichtveranderingen aan de zijkant van ons gezichtsveld als hinderlijk ervaren, dus vermijd dat.” Een klassieke fout is te weinig licht op de tafels, waardoor gasten de menukaart niet meer kunnen lezen. Burgstad: “Sowieso vallen bij te donkere zaken bepaalde dingen dan gewoon buiten de ervaring van de gast”. “En dé trend van nu, kale gloeilampen, wordt ook nog weleens verkeerd begrepen. Die moet je kunnen dimmen, anders zijn ze te fel”, aldus Goulmy.

Ook op de uiteindelijke werkvloer zelf kan het nog misgaan. Burgstad: “Als je bijvoorbeeld denkt dat ieder personeelslid het licht kan hanteren. Jij als eigenaar bepaalt de sfeer, want je weet wat voor details en geheel je voor ogen hebt. Informeer dus één medewerker en maak die verantwoordelijk.”

Wanneer is een lichtplan dan echt geslaagd? Allereerst moet u natuurlijk tevreden zijn over het resultaat. Daarnaast wordt volgens Burgstad het echte succes afgemeten aan de gasten. “Voelen zij zich welkom? Voelt de zaak gastvrij? En zit deze daarom vol? Als je antwoord 3 keer ja is, weet je dat alles klopt.”

Thema: 
Delen: