De watertoren in het centrum van Emmeloord is herontwikkeld tot een klein hotel met zes kamers. De zogenoemde Torenkamers zijn van Renée Hellendoorn en Twan Hakvoort, tevens eigenaren van Hotel Restaurant Grandcafé ’t Voorhuys. Voor het interieur van de kamers tekende designbureau ESTIDA.
Tekst: redactie Entree Magazine
Foto's: Joseph Briaire
Met de herbestemming krijgt de ruim 65 meter hoge Poldertoren een nieuwe functie binnen de verblijfsmarkt. De kamers liggen op verschillende hoogtes in de toren, waardoor gasten vanuit iedere kamer een ander uitzicht hebben over Emmeloord en de Noordoostpolder. De toren ligt aan hetzelfde plein als ’t Voorhuys, waardoor gasten gebruik kunnen maken van de faciliteiten en operationele ondersteuning van het hotel, restaurant en grandcafé.
’t Voorhuys speelt al jaren een centrale rol in de regio. Het bedrijf werd in 1996 overgenomen door Erik en Joke Hellendoorn en kwam in 2013 in handen van hun dochter Renée Hellendoorn en haar partner Twan Hakvoort. Onder hun leiding groeide ’t Voorhuys verder uit tot een all-day horecabedrijf waar hotel, restaurant en grandcafé samenkomen.
*Tekst gaat verder onder de foto.
Bij het ontwerp van de Torenkamers stond het behoud van de bestaande architectuur centraal. De ronde structuur van de toren, de zichtbare betonconstructie en karakteristieke bouwkundige elementen zijn zoveel mogelijk in het zicht gelaten.
“De architectuur van de toren vormde het vertrekpunt voor het ontwerp”, zegt Ruth van Toledo van ESTIDA. “We wilden het monumentale karakter voelbaar houden en tegelijkertijd een warme en comfortabele verblijfservaring creëren.”
Het interieurconcept is geïnspireerd op mid-century design en gecombineerd met een eigentijdse, loftachtige uitstraling. ESTIDA werkte met contrasten tussen zachte materialen en robuuste betonoppervlakken, kleur en neutraliteit, structuur en textuur. Ook colourblocking speelt een belangrijke rol in het ontwerp: kleurvlakken, materialen en designelementen definiëren de ruimtes en brengen accenten aan.
De buitenring van de kamers is gericht op het panoramische uitzicht over de polder. In de binnenring ligt de nadruk juist op intimiteit en geborgenheid. “We hebben gezocht naar een balans tussen openheid en geborgenheid”, aldus Van Toledo. “Het resultaat is een interieur waarin monumentale architectuur, eigentijds design en hospitality elkaar versterken.”
Naast de zes kamers krijgt de toren ook een publieke functie. Ter hoogte van het carillon wordt een bezoekersplatform gerealiseerd, waardoor het gebouw niet alleen toegankelijk wordt voor hotelgasten, maar ook voor een breder publiek.