Pal aan de haven van het Friese dorp Langweer ligt het nieuwe SPOT. Een bohemian grandcafé waar gasten de hele dag in- en uitlopen, en bij mooi weer boten aanmeren. Afgelopen editie van de Entree Awards won het populaire restaurant zelfs de categorie Best New Dine & Drink Local. “Mensen komen van steeds verder weg om SPOT te bezoeken.”
“Langweer is een echt watersportdorp,” zegt Hoogenboom. “Daar hoort een zaak bij die voor veel verschillende mensen aantrekkelijk is.” Die gedachte vormde de basis bij de oprichting van SPOT. De doelgroep is bewust breed: mensen uit de regio, watersporters en toeristen die in Langweer verblijven. “We wilden een plek creëren waar iedereen zich thuis voelt.”
Bij SPOT vertaalt zich dat naar een toegankelijk concept, in sfeer, kaart en prijs. “Je kunt hier binnenlopen voor een burger met een biertje onder de 25 euro”, vertelt Hoogenboom, “maar net zo goed uitgebreid tafelen met meerdere gangen, mooie wijnen en oesters. Die combinatie maakt SPOT.”
SPOT beschikt over 120 couverts binnen en tot 180 plekken buiten. In de zomermaanden is het restaurant een bruisende plek aan het water. “Dan draaien we echt op toerisme”, zegt Hoogenboom. “Sommige gasten komen aan per boot, blijven hangen voor lunch en eindigen soms pas na het diner.” In de winter verschuift de focus naar de regio. “Dan vervullen we vooral een regiofunctie en zien we dat mensen er graag een stukje voor rijden.”
De dinershows en wijn- en spijsavonden zijn een hit bij SPOT. “We laten ons daarin inspireren door collega’s in het westen”, vertelt Hoogenboom. “Denk aan avonden met live muziek of wijnmakers die zelf aan tafel vertellen over hun wijnen.” Die aanpak slaat aan. “Dat soort avonden is hier enorm populair en vaak binnen een paar dagen uitverkocht.”
In de keuken zorgt chef Jetze van der Valk voor een dessertconcept dat perfect aansluit bij het toegankelijke karakter van SPOT. Geen traditionele dessertkaart, maar een grote plank met kleinere desserts die aan tafel wordt gepresenteerd. “Veel gasten denken dat ze geen dessert willen”, zegt Van der Valk. “Maar zodra die plank aan tafel komt, verandert dat.”
Op de plank staan onder meer kleine varianten van cheesecake, trifles en desserts in glas. Een deel van de zoete bites wordt gemaakt met producten van Debic, waaronder Parfait, Cheesecake en Mascarpone. “Ik gebruik Debic Parfait bijvoorbeeld als basis voor mousses”, legt Van der Valk uit. “Door er fruitpurees of andere smaken aan toe te voegen, kan ik snel variëren. Omdat het niet op de kaart staat, kan ik het ook dessertconcept makkelijk aanpassen.”
Die werkwijze is niet alleen creatief, maar ook efficiënt. “Ik werk met vaste basisrecepten”, zegt Van der Valk. “Daardoor kan iedereen in het team ermee werken en blijft de kwaliteit altijd gelijk.” Ook Hoogenboom ziet daar de meerwaarde van. “Het maakt niet uit wie het dessert maakt: de gast krijgt altijd hetzelfde niveau.”
Dat betaalt zich uit. “In veel restaurants bestelt zo’n 30 tot 40 procent van de gasten een dessert”, besluit Hoogenboom. “Bij SPOT ligt dat richting de 60 tot 70 procent. Zien doet verkopen. Als je zo’n plank bij een andere tafel ziet, is het bijna onmogelijk om niet mee te doen.”