Dit soort korte horecamomenten – even ergens neerstrijken, iets lekkers nemen, kort genieten en weer verder – zijn voor veel mensen onderdeel geworden van hun dag. Laagdrempelig, relatief betaalbaar en perfect passend in hun ritme. Het voelt als een klein cadeautje tussendoor. Iets om naar uit te kijken, en vaak ook leuk om te delen op Instagram of TikTok.
Door die laagdrempeligheid keren mensen vaak terug. Het zijn geen eenmalige uitjes, maar vaste stopmomenten in de week op een plek die voor veel gasten voelt als een tweede huiskamer. Die herhaalbezoeken maken dit soort concepten interessant voor ondernemers.
Niet voor niets openen er steeds meer koffiebars en bakery cafés. Maar de verschuiving is breder dan dat. “De ochtend en middag gaan in mijn restaurant door het dak”, zei een ondernemer tegen mij. Ketens die zich op die dagdelen richten, geven bovendien aan te groeien. Dat hoor ik onder andere van Teds All Day Brunch, Bagels & Beans en Anne & Max.
Tegelijkertijd ontstaat aan het einde van de dag nog zo’n interessant moment. Horecaondernemers die we spreken zien ook in de borrel, of het aperitivo-moment, een nieuwe omzetpiek, soms goed voor wel 20% van de omzet. Naast de traditionele borrel bites verleiden restaurants dan ook steeds vaker met een kaart met goede bites, zoals oesters, huisgemaakte patés en brioche-broodjes.
Het laat zien dat horeca niet altijd groots of uitgebreid hoeft te zijn om relevant te zijn. Juist die kleine, dagelijkse momenten – een lunch tijdens werk, koffie na het sporten of een stop tijdens het wandelen – maken het verschil. En dat geldt niet alleen voor koffiebars. Iedere ondernemer kan zich afvragen: waar zitten mijn korte momenten op de dag?
Die tussendoormomenten zijn geen bijzaak meer. Er zit veel waarde in. Niet alleen in omzet, maar ook in zichtbaarheid, offline én online.