Horeca cao: dit zijn de regels voor zwangerschapsverlof

Zwangerschapsverlof horeca cao

Horeca cao: dit zijn de regels voor zwangerschapsverlof

Een zwangere werkneemster heeft recht op zwangerschapsverlof en bevallingsverlof. Wat staat er in de horeca cao over de regels voor zwangerschap en waar moet je als horecaondernemer rekening mee houden?

Zwangerschaps- en bevallingsverlof

De regels voor zwangerschapsverlof zijn in iedere branche hetzelfde. De horeca cao wijkt dus niet af van andere cao’s. Een zwangere werknemer heeft in totaal recht op minimaal zestien weken verlof. Dit verlof bestaat uit zwangerschapsverlof (voor de bevalling) en bevallingsverlof (na de bevalling).

Het zwangerschapsverlof bestaat uit 4 tot 6 weken vóór de bevalling. Een bevallen zwangere medewerker heeft recht op minimaal 10 weken verlof na de bevallingsdatum. Ook als de baby later wordt geboren. Wanneer de werkneemster eerder wil beginnen met werken, dan geldt er een minimum van 42 vrije dagen na de bevallingsdatum.

Een zwangere werknemer kan extra verlof krijgen. Wanneer er sprake is van een meerling, krijgt ze 2 tot 4 weken extra zwangerschapsverlof. Wanneer er sprake is van een langdurige ziekenhuisopname van het kind heeft de medewerker recht op maximaal 10 weken couveuseverlof.

Loon doorbetalen bij zwangerschapsverlof

Het salaris van je medewerker moet je volledig doorbetalen tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof. Als werkgever krijg je hiervoor een uitkering van het UWV, deze kun je maximaal 4 en minimaal 2 weken voor de ingangsdatum van het verlof aanvragen.

Kolfrecht

Je medewerkster heeft na de bevalling het recht om onder werktijd te kolven of borstvoeding te geven. Dit mag maximaal een kwart van de werktijd in beslag nemen. Als werkgever ben je verplicht je medewerkster een geschikte ruimte aan te bieden. Als je deze ruimte niet hebt, mag je werkneemster zelf een plek regelen.

Aangepaste werktijden

De bevallen medewerkster heeft tot zes maanden na de bevalling recht op extra pauzes; dit is maximaal 1/8 deel van de werktijd. Als werkgever ben je verantwoordelijk voor een ruimte om te kunnen rusten. Ook moet de werkneemster – met doorbetaling van loon! - noodzakelijke zwangerschapsonderzoeken kunnen laten verrichten. Verder krijgt je medewerker een tijdelijke vrijstelling van overwerk en nachtdiensten.

Het zwangerschapsverlof bestaat uit 4 tot 6 weken vóór de bevalling. De medewerker heeft recht op minimaal 10 weken verlof na de bevallingsdatum

Ouderschapsverlof

Ouders hebben sinds 2 augustus 2022 recht op 9 weken ouderschapsverlof, door middel van een uitkering van het UWV. Deze uitkering is 70% van hun dagloon. Zij moeten deze 9 weken verlof opnemen in het eerste levensjaar van het kind.

Deze regeling is ingevoerd om ouders meer tijd te geven om te wennen aan de nieuwe gezinssituatie. En om zonder tijdsdruk keuzes te maken over de verdeling van werken en zorgen. Alleen je medewerkers die in loondienst werken hebben recht op gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof. Het opnemen van deze verlofdagen gaat in overleg met je werknemer. Die kan dit verlof flexibel inzetten; bijvoorbeeld een aantal uur op een vaste dag, verdeeld over een langere periode.

Werkgever vraagt uitkering aan bij UWV

Als werkgever dien je bij het UWV een aanvraag in voor de uitkering voor de werknemers die gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof opnemen. Dit kan pas nadat het verlof is opgenomen.

Je kunt ervoor kiezen om het loon tijdens het ouderschapsverlof door te betalen. Of je kunt ervoor kiezen om te wachten met de uitbetaling totdat het UWV de uitkering aan jou uitbetaalt. Normaal gesproken gebeurt dit zo’n vier weken na de aanvraag van de uitkering.

Artikel delen