Portret horecaondernemer Won Yip
Innovatie
Foto Ming Chao

Portret horecaondernemer Won Yip

Hij slaapt op commando, eet 360 dagen buiten de deur en betaalde tienduizenden euro’s voor een telefoonnummer met alleen achten (zijn geluksgetal): Won Yip. “Ik heb vaak acties die mensen niet begrijpen en daar waar een ander afhaakt, pak ik door.” Bekijk foto's van Yip en twee van zijn zaken onder dit bericht.

Tekst: Britt van Os, Foto’s: Ming Chao

Met horecazaken op verschillende toplocaties, waaronder bijna alle cafés op en rond de Dam, is Won Yip (aka Mr. Damsquare) inmiddels een van de grootste horeca-uitbaters van Amsterdam. Ook heeft hij vastgoed en investeringen in het buitenland, haalde hij onlangs het internationale concept SushiSamba hierheen en kocht hij in 2016 het duurste alsook grootste penthouse van Nederland. Yip kreeg het hele land over zich heen, maar dat deed hem niks, vertelt hij nuchter. We spreken hem bij Café Zwart, waar hij even naar de continue stroom voorbijgangers op de Dam tuurt. Dan glimlacht hij: “Ik heb wel vaker acties die mensen niet begrijpen, maar heb gewoon m’n ballen getoond. Inmiddels is het gebouw bijna af en beginnen mensen wakker te worden: nu zien ze hoe uniek het project is. Tja, dat wist ik van tevoren al.”

Heineken Hoek
Yip beschikt dan ook over een uitzonderlijk zakelijk instinct. Zijn Aziatische achtergrond speelt een grote rol in zijn succes. “Daar waar een ander afhaakt, pak ik door. Dat zit in m’n bloed.” Als voorbeeld noemt hij de realisatie van de Heineken Hoek op het Leidseplein. Het plan is dat er een hotel met restaurant-café komt. “Ik ben als sinds 2001 bezig met dit project. Het leverde me veel gezeur op. Partijen stapten onlangs naar de rechter en het zag er zelfs even naar uit dat het feest niet doorging. Maar ik laat niet los. Als het goed is, opent het nu over 2 jaar. Ik ben dus bijna 20 jaar onderweg geweest, en sinds 2001 heeft het me gemiddeld tienduizenden euro’s per jaar gekost. Maar het betaalt zich straks allemaal terug. Dat weet ik gewoon.”

Al jong ondernemer 
Yip groeide op in Zeeland, samen met zijn ouders, zusje en 2 broers. Zijn vader exploiteerde er een goedlopend Chinees restaurant; het was vanzelfsprekend dat de kinderen meehielpen. “Dat was ook geen vraag, maar een mededeling. Ik moest keihard werken voor m’n geld. Vroeger moest je gewoon luisteren, er was geen ruimte voor discussie. Nu is dat ouderwets, maar toen wist ik niet beter.” Verder had Yip niets te klagen. Doordat het restaurant zo goed liep, droeg hij dure merkkleding en kreeg hij de nieuwste gadgets. Was hij op die spullen uitgekeken, dan verkocht hij ze voor een mooi prijsje aan vriendjes op school. Die waren er blij mee. Typisch Yip, blijkt nu.

Van Goes naar Amsterdam
Op 14-jarige leeftijd stopte hij met school. Het duurde hem allemaal te lang. Werken deed hij wel. Onder andere op de visafslag in Vlissingen, als barman in diverse discotheken en als parkeerwacht. En op zijn negentiende kocht hij zijn eerste horecazaak: Café Pubbles in Goes. “Ik had er 5 jaar keihard voor gespaard. Mijn vader was erop tegen, want ik begon een café en geen restaurant. In zijn ogen was dat iets voor mannen met tatoeages en gouden kettingen. Maar ik deed het gewoon. Ik kon en kan niet koken, dus waarom zou ik een restaurant beginnen?” De zaak liep goed. Toen Yip 2 jaar later zijn tweede zaak kocht, Café Zwart midden op de Dam in Amsterdam, besefte hij echter pas hoe anders het leven in Zeeland was. Het was er te stil en dat beperkte zijn mogelijkheden. Zodoende verruilde hij Goes voor de hoofdstad.

Eten om te eten
Het bleek de beste keuze uit zijn leven. Al betaalt hij inmiddels wel een hoge prijs voor zijn ondernemerschap. Yip leeft namelijk om te werken, zeker niet andersom. Hij werkt gemiddeld 17 uur per dag en eet al sinds zijn zeventiende 360 dagen per jaar buiten de deur. Op de 5 andere dagen kookt zijn vrouw Heleen. “Ik eet om te eten. Een pizza, wokje of iets in een restaurant zoals The Harbour Kitchen of Dynasty. Maar geen sterrestaurants: dat is niets voor mij.” Daarnaast is slapen op vaste momenten hem vreemd. Soms werkt hij van 21.00 tot 03.00 uur. Dan slaapt hij een uurtje en gaat hij weer aan de slag, van 04.00 tot 08.00 uur. Zijn vrouw ziet hij eens per week.

Acceptatie
Hij is deze manier van leven gewend en praat over alles alsof het de normaalste zaak van de wereld betreft. Toch kent het geheel ook een keerzijde. “Mensen zien vaak alleen de buitenkant. Dat begrijp ik, het spreekt meer tot de verbeelding. Toch heb ik daar weleens moeite mee. Het is immers ook een eenzaam bestaan. Als er problemen zijn heb ik niemand om op terug te vallen: geen ouders waar ik mee kan sparren, geen baas, geen protegé. Er staat niemand boven mij. Heleen accepteert mijn manier van leven trouwens, al zegt ze soms wel dat ik niet spoor.”

300 werknemers
Zijn doorzettingsvermogen wil hij in ieder geval ook terugzien bij zijn ruim 300 werknemers. “Ik streef naar een 8+ op alle fronten, en op het gebied van eerlijkheid en loyaliteit wil ik een 9 zien. Daar wil ik dan wel veel voor terugdoen. Zo neem ik al 25 jaar lang mensen voor 12 maanden aan, ook in de stille tijd. Daarnaast geef ik medewerkers het liefst een fulltimecontract voor onbepaalde tijd. Dan komt er regelmaat en discipline in je bedrijven. Ook roosteren we bij elke zaak op de Dam elke dag 2 man te veel in.”

Meer gaan genieten 
Maar terug naar die manier van leven: is hij dan eigenlijk wel gelukkig? “Ik weet niet of geluk het juiste woord is”, legt Yip uit. “Ik ben uitermate tevreden. Mijn leven gaat zo snel dat gelukkig zijn een bijzaak is. Wel heb ik mezelf voorgenomen dat ik meer moet gaan genieten van het succes dat ik heb. Het gaat nu nog echt als een vlaag voorbij. Als ik momenteel een zakenreis naar de Verenigde Staten plan, wil ik er het maximale uit halen. Ik zorg ervoor dat ik in het vliegtuig lekker kan slapen, zodat ik daarna 2 à 3 dagen volle bak kan werken, waarschijnlijk zonder slaap. Vervolgens ga ik weer naar huis. De laatste jaren heb ik daar echter steeds meer moeite mee. Ik zou dan namelijk best ook nog 2 dagen op het strand willen liggen, of een wandeling of fietstocht willen maken.”

Maximaal 5 jaar
Hij staat tegenwoordig dus steeds meer stil bij de toekomst. “Ik wil ook voorkomen dat ik te lang doorga. Dus laat ik zeggen: ik doe het nog maximaal 5 jaar. Daarna zie ik wel. Ik heb de beste locaties van Amsterdam, dus ben niet ongerust dat als ik alles zou verkopen, er geen interesse is. Het is voor mij dus echter heel makkelijk om te zeggen: ik zie het allemaal wel.”

Dit artikel staat in de mei-editie van Entree.