Interview Paul Depla (burgemeester Breda)

Interview Paul Depla (burgemeester Breda)

Ruimere openingstijden, grotere terrassen en misschien zelfs een leeftijdsgrens voor de horeca? Het zijn mogelijke oplossingen om de Bredase horeca te redden, zegt burgemeester Paul Depla. We gaan met hem in gesprek.

 

Tekst Iris Kranenburg

 

Maakt u zich zorgen over de Bredase horeca?

“Ja, natuurlijk. Maar Breda is een horecastad en zal dat altijd blijven.”

Op welke manier?

“Iedereen heeft de neiging om te denken zoals vroeger. Maar juist dan word je teleurgesteld. Ondernemers zouden eigenlijk weer vanaf 0 moeten beginnen: dít is de situatie en hier gaan we vanuit werken. Het klassieke verdienmodel bestaat gewoon niet meer. Gelukkig hebben horecaondernemers een positieve houding en laten zij zich niet snel klein krijgen. We moeten samen kijken naar wat er nog wel mogelijk is.”

Heeft u daar al ideeën over?

“Je zou kunnen denken aan ruimere openingstijden voor restaurants. Waar die eerst hun omzet tussen 18.00 en 22.00 behaalden, moet dat misschien nu opgeschoven worden van 16.00 tot 0.00 uur. Verder waren veel zaken dicht op zondag, maandag en dinsdag. Misschien moeten die wel die dagen open. Dat betekent óók dat de consument moet meebewegen: het klassieke tijdsstip van 18.00 uur eten en voornamelijk op vrijdag en zaterdag, is dan misschien wel voorbij. En besef als consument dat als je niet mee wil bewegen, je het risico loopt dat je dadelijk nergens meer kan eten. Verder zouden we kunnen kijken of er ruimte is om op een veilige manier de terrascapaciteit te vergroten. In Breda is dat op sommige plekken mogelijk. Ten slotte zou je nog kunnen kijken naar een leeftijdsgrens in de horeca. Dat klinkt heel hard en is een vorm van leeftijdsdiscriminatie, maar geeft wel ruimte aan een grote groep mensen en ondernemers. Op die manier zorgen we er misschien voor dat de horeca nieuwe kansen heeft om te overleven. In elk geval gaan wij als gemeente in gesprek met KHN over de mogelijke concepten van een heropening van de horeca.”

U maakte u zich als eerste burgemeester hard voor een regeling rondom de huren van horecapanden.

“In de maanden april en mei wordt de huurrekening betaald door de horecaondernemer, brouwerij – vaak tussenhuurder - en pandeigenaar. Iedere partij 1/3 van de huur. Van de brouwers hebben tot nu toe InBev en Heineken zich bij dit convenant aangesloten. Van de pandeigenaren zijn dat Maas-Jacobs, I.P.L. Mermans en Van Tooren Vastgoed. Vorige week is het convenant (Overeenkomst gedragscode ketensolidariteit) door alle partijen ondertekend. Inmiddels wordt ook in andere gemeentes naar zo’n convenant gekeken.”

Een succes dus.

“Ja, de overeenkomst zorgt voor een positieve vibe onder horecaondernemers. Toen de crisis begon hadden we nooit gedacht dit te bereiken. Maar het móest gebeuren, anders gaat het echt mis. Want wat gebeurt er als alle horeca straks failliet gaat? Daar hebben brouwerijen en pandeigenaren ook niks aan, want dan zullen ook zij de rekening moeten betalen. Solidariteit in de hele keten is nu heel belangrijk, iedereen moet een gedeelte van de pijn dragen. Alleen dan blijft de horeca overeind.”

Wat moet er nu vanuit de overheid gebeuren, vindt u?

“Ik begrijp de voorzichtigheid, want we weten nog zo weinig over het virus, maar er moet wel perspectief voor de horeca gaan komen. We moeten geleidelijk en intelligent gaan unlocken. Waar we in elk geval rekening mee moeten gaan houden: we zullen door corona kwetsbaarder zijn en moeten leren leven met onzekerheden.”

Tot slot: hoe liep u tijdens Koningsdag, door de stad?

“De zon scheen, maar het was een trieste dag. Waar de horeca normaal gesproken een grote rol speelt bij evenementen op Koningsdag en we een uitverkocht feest van Radio 538 op het Chasséveld zouden hebben voor 40.000 bezoekers, waren de pleinen nu bijna leeg.”

Tags: 
Artikel delen