Het sluitdrankje was volgens Nathaniel Zuijderwijk jarenlang een heilige horecatraditie: goed voor de teamspirit en bijna een secundaire arbeidsvoorwaarde. Maar tijden zijn veranderd, schrijft de horecatrainer in deze column. "Je kunt je team niet meer binden met gratis drank."
Tekst: Nathaniel Zuijderwijk
Sluitdrankjes waren het teambuilding- en evaluatiemoment en tevens de belangrijkste secundaire arbeidsvoorwaarde. Alcohol als managementstrategie was heel normaal. Ondanks geweldige reviews, heel veel gasten en heerlijk eten overleefde de zaak het niet.
*Tekst gaat verder onder de foto.
Een ondernemer waar ik een paar jaar later mee werkte, Frans, pakte het heel anders aan. In zijn organisatie bestonden er geen sluitdrankjes. “Dat krijg je op kantoor toch ook niet.” Frans vond professionaliteit belangrijk. De hele horeca verklaarde hem voor gek. Inmiddels is hij een internationaal gevierd ondernemer met veel zaken en nog veel meer medewerkers. Komt dat door het gebrek aan alcohol? Vast niet. Maar een frisser team trof ik nooit ergens aan.
Mijn eigen alcoholconsumptie vertoonde door de jaren heen een soortgelijk patroon. Ook ik werd met de jaren frisser. En als zo’n moderne geheelonthouder spendeer ik veel minder in de horeca.
Ik dacht aan Ewout en aan Frans toen ik laatst de cijfers bekeek. De biermarkt is 10% kleiner dan in 2018. Bijna een derde van de mensen drinkt bewust minder, of helemaal niet meer. 18% van de 18- tot 24-jarigen is ‘van de blauwe knoop’. Deze jeugd is de toekomst.
‘Ze eten je arm en drinken je rijk’, zegt men graag in de horeca. Dat gaat over gasten, niet over het team. Als dat zo is - en ‘ze’ steeds minder drinken - wordt het snel tijd voor een plan. Een plan voor je team dat je niet langer kan binden met gratis drank. En een plan voor je gasten om de besteding op peil te houden. Als je tenminste niet arm wil eindigen.