Is ‘betaalbaar’ het nieuwe toverwoord in de horeca?

Betaalbare horeca

Is ‘betaalbaar’ het nieuwe toverwoord in de horeca?

De horeca werd de afgelopen jaren flink duurder, terwijl consumenten volgens experts juist prijsbewuster zijn geworden. Steeds meer ondernemers nemen daarom hun prijsstrategie en concept opnieuw onder de loep. “Het wordt steeds ingewikkelder om te ondernemen.”

Tekst: Iris Kranenburg
Foto's: o.a. A Delicious Story, Fleur Fotografeert

Elke dag staat er een lange rij bij het pas geopende Laundry Boy in Amsterdam. Op Instagram en TikTok verschijnen volop foto’s en video’s van de zaak, waar bezoekers niet alleen kunnen wassen en stomen, maar ook koffie en matcha kunnen drinken. Naast het concept vallen vooral de prijzen op: tijdens de eerste maanden kosten alle dranken twee euro, en dat slaat duidelijk aan.

Ook veel andere nieuwe horecazaken profileren zich tegenwoordig nadrukkelijk als toegankelijk geprijsd. Zo eet je bij Villa Kakelbont in Rotterdam een daghap voor zestien euro en betaal je bij Kantine in Utrecht twaalf euro voor twee gangen. Bouillon d’Amsterdam zit bovendien al sinds dag één dagelijks vol met gasten die komen voor oeufs mayonaise (3,60 euro), Zeeuwse mosselen (13,10 euro) en mousse au chocolat (4,90 euro).

*De tekst gaat verder onder de foto's van Villa Kakelbont in Rotterdam (links) en Bouillon d'Amsterdam (rechts).

Villa Kakelbont in Rotterdam Bouillon d'Amsterdam

Betaalbare horeca is in trek

Dat ‘betaalbare horeca’ in trek is, merkt ook Mara Grimm, recensent van Het Parool. Zij bezoekt tegenwoordig iedere maand een restaurant waar je voor minder dan vijftig euro kunt eten en drinken. “De stad snakt naar dit soort adressen”, schrijft ze.

Een verklaring daarvoor ligt bij de prijsontwikkeling in de sector: sinds 2020 zijn de prijzen in de horeca met 27 procent gestegen, blijkt uit cijfers van het CBS. Jos Klerx, horecaspecialist bij De Rabobank, wijst op de druk waar de sector mee te maken heeft: “Ondernemers worstelen met stijgende kosten voor onder meer personeel, inkoop en energie, terwijl consumenten kritischer naar hun uitgaven kijken.”

Volgens Klerx vergelijken consumenten horecaprijzen nog vaak met die van een paar jaar geleden. “Mensen corrigeren daarbij nauwelijks voor de stijging van hun inkomen of koopkracht. Daardoor ontstaat al snel de perceptie dat alles te duur is geworden.” Ook vakantielanden spelen volgens hem mee. “Consumenten vergelijken Nederlandse horecaprijzen vaak met landen waar eten en drinken goedkoper is. Dat maakt mensen extra prijsbewust.”

Geen invloed

Maar die prijsdruk wordt niet alleen door consumenten gevoeld. Harold van Asperdt, eigenaar van Café Kaat in Eindhoven, benadrukt dat prijsverhogingen meestal geen keuze zijn om meer winst te maken. “Het is een noodzaak en ondernemers hebben weinig invloed op de stijgende kosten. De marges zijn dun en de ruimte om fouten te maken is kleiner geworden, waardoor ondernemen steeds ingewikkelder wordt”, zegt hij. 

'De marges zijn dun en de ruimte om fouten te maken is kleiner geworden'
Van Asperdt merkt dat gasten vaak niet weten wat er achter die prijzen op de kaart schuilgaat. “Daardoor gaat de discussie te vaak alleen maar over de eindprijs.” Medewerkers zouden volgens hem in het contact met gasten meer kunnen toelichten hoe de prijs tot stand komt. “Niet als oplossing, maar om meer begrip te creëren voor de keuzes achter de kaart. Tegelijkertijd begrijp ik de frustratie van gasten. Misschien helpt het als we daar vaker bij stilstaan, om ook hen beter te begrijpen.” 

Gehaktballetjes voor 10,90 euro

Horecaondernemer Jochem Becker werd juist door die prijsstijgingen aan het denken gezet. “Alles wat opende was zó duur”, zegt hij. “Een paar jaar geleden betaalde de gast dat nog wel, maar nu mensen kritischer naar hun uitgaven kijken vroegen wij ons af: zijn die hoge prijzen echt nodig?” Volgens hem is het antwoord: niet altijd. 

Met zijn nieuwe restaurant No Nonsense in Amsterdam wil hij laten zien dat het ook anders kan. Er staat geen enkel gerecht van boven de vijftien euro op de kaart. Gehaktballetjes kosten er 10,90 euro en verse ravioli 14,90 euro. 

Volgens Becker kan veel bespaard worden door scherper in te kopen. “Veel horecaondernemers laten zich verleiden door incentives van leveranciers, zoals bonussen, kortingen achteraf of gratis tickets voor festivals als Lowlands en voetbalwedstrijden,” zegt hij. “Wij hebben er bewust voor gekozen dat niet te doen en alleen te focussen op de beste inkoopprijs. Daardoor kunnen wij onze gerechten goedkoper aanbieden.” 

*De tekst gaat verder onder de foto's van No Nonsense in Amsterdam.

No Nonsense in Amsterdam No Nonsense in Amsterdam

 

Breder zichtbaar

Becker wil met No Nonsense, zoals de naam al doet vermoeden, een toegankelijk en betaalbaar concept neerzetten met een huiselijke uitstraling. Die beweging is breder zichtbaar in de horeca.

Zo openen steeds meer ondernemers laagdrempelige zaken met een caféachtige sfeer, zoals Dame aan de Kade en Wolff en Beer in Amsterdam, De Otter in Rotterdam en Brasserie Runners in Den Haag.

Ook in het fine dining-segment is de verschuiving zichtbaar. Sommige chefs openen naast hun luxe restaurant een toegankelijker, goedkoper concept, zoals EVE by Erik van Loo in Den Haag en Bo by Bougainville in Amsterdam. Anderen verruilen fine dining juist voor een laagdrempeligere zaak, zoals de eigenaren van Ora (Breda), Luux (Weert) en Ember (Zwolle).

*De tekst gaat verder onder de foto's van EVE by Erik van Loo in Den Haag (links) en Ora in Breda (rechts).

Restaurant-Eve-By-Erik-van-Loo ORA-Breda-ovv-Fleur-Fotografeert (3)

Slimmer ondernemen

Dan nu de vraag: hoe houd je horeca betaalbaar terwijl de kosten blijven stijgen? Volgens Klerx van De Rabobank zit dat vooral in slimmer ondernemen. Zo kunnen ondernemers proberen om ook op rustige momenten meer omzet te draaien en scherper sturen op KPI’s zoals personeelskosten en inkoop. “Steeds meer ondernemers monitoren dat bijna dagelijks”, zegt hij.

Daarnaast ziet Klerx veel kansen in technologie en AI. “Met AI-modellen kun je inmiddels voor 90 tot 95 procent nauwkeurig voorspellen hoeveel gasten er komen en wat ze gaan eten en drinken, op basis van kassadata, het weer en andere variabelen”, zegt hij. Daardoor kunnen ondernemers efficiënter inkopen, verspilling verminderen en personeel slimmer inzetten. Volgens Klerx zijn dit soort systemen bovendien niet langer alleen voor grote ketens. “Ook voor kleinere ondernemers zijn ze steeds betaalbaarder geworden. Elk uur personeel telt, dus slim roosteren maakt echt verschil.” 

Artikel delen