Branchenieuws
Foto Philip Driessen

'Het gaat om slim en conservatief ondernemen'

Eigenlijk wilde hij dierenarts worden, maar ‘gelukkig’ was hij geen bèta en zo belandde hij op de hotelschool. Al bijna 35 jaar zwaait Camille Oostwegel de scepter over zijn Zuid-Limburgse imperium van kasteelhotels en -restaurants. “Ik wil niet de hele dag met aandeelhouders en bankiers om de tafel zitten. Ik praat liever met mijn gasten.”

Hij komt net van de tuinen rond Château St. Gerlach in Valkenburg aan de Geul. Daar maakt hij elke dag een praatje met de tuinmannen. Camille Oostwegel kijkt uit naar volgend jaar, wanneer het landgoed helemaal ‘af’ is. Dan is Hoeve Broers namelijk gereed: de oude boerderij die wordt verbouwd tot vergaderlocatie met een glazen paviljoen, een landwinkel en een kippenhok met Mergelland-hoenderen. Oostwegel had zijn oog al veel eerder op de hoeve laten vallen, maar er zat lange tijd een pachter in.
Het landgoed kent hij als zijn broekzak. Zijn beste vriend woonde er vroeger. Op de plek waar nu het rode hotelgebouw staat, hielp hij met het melken van de koeien en speelden ze Tarzan door van zolderbalk naar zolderbalk te slingeren.

Blauw bloed  Kasteelheer noemen ze hem, als directeur-eigenaar van 4 rijksmonumenten: Château Neercanne, Winselerhof, Château St. Gerlach en Kruisherenhotel. In totaal zijn daar nu 3 hotels en 6 restaurants in gevestigd. Het past hem, die kastelen. Met zijn onberispelijke voorkomen zou je zo geloven dat er blauw bloed door zijn aderen stroomt. “Dat is misschien niet eens zover bezijden de waarheid”, zegt hij in zijn Villa Casa Blanca, het huis in art-decostijl dat zijn grootvader in Houthem liet bouwen. Oostwegel woont er en houdt er kantoor. “Als je er de stamboom op naslaat ben ik bloedverwant van de familie Cornéli, de vroegere eigenaar van Château St. Gerlach. Zij kocht het kasteel van Napoleon.” Hij grijnst. “Je zou dus kunnen zeggen dat ik de rechtmatige erfgenaam ben.” Maar zonder dollen: die kastelen passen hem zeker. Dat vindt hij zelf ook. Hij heeft altijd een fascinatie voor geschiedenis gehad. Op zijn kamer had hij vroeger een museum met stenen en fossielen. De entree bedroeg 25 cent. Nu ziet Oostwegel het als zijn plicht om oude gebouwen in ere te herstellen en te behouden voor de toekomst. “Daarin ga ik heel ver. Ik wil alles weten van een plek. Alleen dan kan ik gebouwen zo goed mogelijk restaureren.”

Barstensvol verhalen  “Gasten komen niet alleen bij ons om te overnachten”, zegt hij. “Ze komen voor een magische beleving. Die bieden wij door onze gastvrijheid, maar ook door de extra dimensies die we toevoegen: de geschiedenis, de betrokkenheid bij de streek en de cultuur. Ik bouwde jarenlang nieuwbouwhotels voor Novotel. Dat was leuk, maar zelf zou ik nooit zo’n hotel willen hebben. Deze kastelen hebben een ziel. En ze barsten van de verhalen.” Die verhalen schuilen in de details. Neem bijvoorbeeld het kogelgat in de spiegel op St. Gerlach. “Op mijn tiende had mijn beste vriend me al eens over dat gat verteld: veroorzaakt door een Amerikaanse soldaat die in een dwaze bui op zijn eigen spiegelbeeld zou hebben geschoten. Toen ik het kasteel in 1984 voor het eerst bezocht, bleek het waar te zijn. De aannemer wilde bij de restauratie het glas natuurlijk vervangen, maar ik heb me daar met hand en tand tegen verzet. Uiteindelijk timmerde ik het af zodat het glas tijdens de verbouwing niet zou beschadigen.”
Achter dat gat school namelijk een heel verhaal. Oostwegel ging op onderzoek en dankzij getuigenverslagen kwam het boven water. Het was een zwarte soldaat die vlak na de Limburgse bevrijding per ongeluk of in een balorige bui op de spiegel had geschoten. Omdat zwarte soldaten zwaarder gestraft werden dan blanke, nam zijn meerdere de schuld op zich. Zijn naam: Joseph Ryan. Niet veel later reed hij op één van de laatste mijnen die hij met zijn peloton aan het opruimen was. Hij overleed en werd op Margraten begraven. Oostwegel spoorde zijn familie op en raakte met hen bevriend. Ook adopteerde hij Joseph Ryans graf. Dit jaar kwam de familie naar Nederland voor de documentairefilm ‘Het kogelgat van St. Gerlach’ die dit jaar, 70 jaar na de bevrijding, in première ging.

Dierenarts  Vroeger wilde Oostwegel boer worden en later dierenarts. Hij zag op de boerderij bij St. Gerlach tientallen kalfjes geboren worden. Hij werkte zelfs enige tijd in de dierentuin. Achteraf is het maar goed dat hij geen bèta was, zegt hij. “Voor de opleiding dierengeneeskunde moest je hbs-b hebben, maar dat was voor mij als alfa geen optie.”
Zo kwam de hotelschool in beeld. Aanvankelijk was dat vreemd, omdat iedereen in de familie ging studeren, maar zijn ouders juichten zijn keuze juist toe. Zijn vader, behalve tandarts een fervent hobbykok, dacht dat hij nog wat zou kunnen opsteken van de opleiding van zijn zoon. Ook zijn opa, bonpa Hardy, die een beroemd banketbakker was, was beretrots op zijn kleinzoon.
De combinatie management en gastronomie bleek een goede. Oostwegel raakte begeesterd door het opkomende modern hotelmanagement. “Tot eind jaren ‘70 had Nederland vooral familiehotels. In Amsterdam en Rotterdam stond het Hilton, dat met Marshallhulp was opgezet. Moderne hotels waren er nog amper.” Hij liep stage bij het vooruitstrevende Esso Moto Hotel in Amsterdam. Daarna ging hij naar Frankrijk, waar hij bij Novotel de eerste buitenlandse werknemer was. Op zijn 25ste was hij exploitatiedirecteur en adviseur van de eerste Novotel-vestigingen buiten Frankrijk. “Ik heb veel geleerd. Toen ik aantrad waren er 3 Novotels. 8 jaar later was de keten beursgenoteerd en over de hele wereld te vinden.”
Oostwegel kreeg de kans om de Zuid-Amerikaanse markt op te zetten, maar het idee om voor zichzelf te beginnen nam steeds vastere vormen aan. Toen zijn baas lucht kreeg van zijn vertrek, verordonneerde hij hem naar Brussel: Oostwegel ging toch niet naar de concurrent? “Ik liet hem een ansichtkaart zien van een chateau. Toen wenste hij me alle geluk toe. Hij wilde me niet verliezen aan de concurrent, maar wel aan zo’n mooie droom. Hij kwam naar de opening en we zijn nog steeds bevriend.”

Zuid-Limburg  Zo kwam het dat Camille Oostwegel niet naar Zuid-Amerika vertrok, maar naar Zuid-Limburg. Sindsdien stak hij nooit meer de grens over. Niet om te ondernemen althans. Niet dat het nooit bij hem opkwam. Er zijn hem in de loop der jaren heel wat aanbiedingen gedaan. Vooral na de val van de Muur waren er tijden dat hij zo’n beetje wekelijks een Pools kasteel kon overnemen. Soms voor maar 1 gulden. In Italië bood men hem een gigantisch bedrag om 5 chateau-hotels te ontwikkelen. Maar hij koos ervoor om in Limburg te blijven. “Wat ik hier heb opgebouwd, kun je niet zomaar overal kopiëren. Bovendien wilde ik niet de hele dag met aandeelhouders en bankiers om de tafel zitten. Ik praat liever met mijn gasten.” Misschien dat zijn zoon het doet, die grens oversteken. Binnen niet al te lange tijd zal de onderneming Camille Oostwegel een familiebedrijf worden. Camille junior deed de afgelopen jaren al wereldwijd ervaring op in diverse takken van de hotellerie.

Slim en conservatief  Over Oostwegel verscheen 7 jaar geleden verscheen een boek: ‘Alles moet bevochten worden’. Inmiddels is er een derde herziene druk. “In mijn hotelschooltijd was ik altijd benieuwd hoe andere hoteliers het deden, waar zij zich door lieten inspireren. Maar er waren geen boeken van hoteliers. Vandaar dit boek. Ik hoop dat aanstormende ondernemers en hoteliers er iets van kunnen leren.”
Een eerste en belangrijke les: iedereen kan zijn droom verwezenlijken. “Mensen denken weleens dat ik een toverstokje heb, zoals ik dit alles heb opgebouwd. Maar dat is natuurlijk nonsens. Het is een kwestie van slim en conservatief ondernemen. Ik begon met 10.000 gulden. Telkens als ik genoeg had verdiend, loste ik af. Zorg altijd dat je eigen vermogen boven de 40 procent blijft. Dan heb je in moeilijke tijden misschien geen nettowinst, maar wel cashflow, waardoor je kunt blijven investeren.”

Tuinman en boer  Wat hij jonge ondernemers ook op het hart wil drukken: luister naar adviezen van anderen. “Ik ben enige eigenaar en aandeelhouder, dus ik heb geen raad van commissarissen nodig. Toch heb ik die opgericht toen ik voor het eerst grote investeringen ging doen. Je hebt veel aan wijze mensen die boven de partijen staan en waarmee je kunt sparren over de koers.” En straks, als Camille junior het roer overneemt? “Reizen met mijn vrouw, inspiratie opdoen in het buitenland, wijn inkopen en wellicht een keer ja zeggen tegen mensen die me bellen voor commissariaten en advies over monumentenzorg en restauratie. Dingen waar ik nu vaak geen tijd voor heb. En ik hoop dat ik hoofd van de tuinbrigade mag blijven. Dan word ik aan het eind van mijn loopbaan toch nog een beetje boer.”

Reacties

afbeelding van John

Zeer interessant verhaal, bij tijd en wijle grappig.

afbeelding van Alkine van der Laan

Inspirerend !

afbeelding van andy

Wat een pedante man is het toch. Altijd de pers opzoeken voor zijn eigen slaatje eruit te kunnen slaan. Dit soort interviews heeft die wel 50 keer gegeven bij verschillende mediums. Ijdeler als dit bestaat niet. Oooh ja en over dat met gasten ; hij zegt nog geen goedendag, beetje te hoog in het bolletje gestegen. Baaaah!!

afbeelding van rens

jaloezie?

afbeelding van P. Roesbag

:-) Oostvlegel krijgt het steeds weer voor elkaar.Dat moet ik hem nageven, maar het blijft idd een onvoorstelbare ijdeltuit. Adellijk bloed hahahah....

Reactie toevoegen