Branchenieuws
Foto Jim Ellam, Wouter van der Sar, Rinze Vegelien

Portret: Bert van der Leden, IQ Creative

Hij is weleens de ayatollah van de horeca genoemd. Maar van dat soort grote termen wil Bert van der Leden niets weten. Noch van negativiteit of wrok. “Positiviteit brengt positiviteit voort.”

Tekst: Dorien Dijkhuis

Het ruikt nog licht naar verf in het Amsterdamse Odeon-gebouw waar eind oktober de heropening was van de Supperclub. Versie 2.0 welteverstaan, want alles is naar een hoger plan getild: het eten, de muziek, de architectuur, het design, de beleving. Het is een schitterende plek geworden. “Toen we begonnen waren liggend eten en entertainment tijdens het diner vernieuwend. Op den duur was dat niet meer genoeg. Dankzij de heropening op deze nieuwe locatie kan de Supperclub er weer 25 jaar tegen. Maar dan ben ik met pensioen hoor”, zegt Bert van der Leden, eigenaar van horecagroep IQ Creative, met onder andere de Supperclub, Happyhappyjoyjoy, Julius bar&grill, Nevel, Nomads en Mazzo.

Zeeman  Op zijn vijftiende monsterde Van der Leden aan op een zeesleper van Hollands Glorie. Hij wilde zeeman worden. 3 jaar duurde dat avontuur; best lang nog voor iemand die al zeeziek wordt bij de minste deining. “Een ramp was het, ik was continu ziek. En zeeman wordt je natuurlijk niet op je vijftiende. Ik kwam als broekie in de kombuis terecht. Stapels en stapels afwas joeg ik er doorheen in die bloedhete keuken. Aan wat ik toen aan borden heb gespoeld, kunnen de meeste afwassers nog een puntje zuigen.”

Terug aan wal ontmoette hij vrij snel zijn (nu ex-)vrouw; ze waren begin 20 toen ze trouwden. Zij had een boetiek en zo rolde Van der Leden in de textiel. De 2 waren succesvol. Onder andere met de trendy dameszaak Haastje Repje, een eigen jeansmerk en een confectiegroothandel. Maar op den duur was de lol eraf.

Manisch-depressief  Ook brak een donkere periode aan. Allerlei dingen gebeurden ineens tegelijkertijd: zijn huwelijk klapte, hij bleef achter met 2 kleine kinderen en kreeg ook nog eens een ongeluk. “Ik bleek manisch-depressief te zijn. Daarvoor slik ik nog steeds lithium. Soms gebeurt het nog dat ik ’s ochtends ineens voel dat het niks wordt met de dag. Maar verder heb ik een jaar of 10 geleden afscheid genomen van de diagnose.” Dat klinkt trouwens makkelijker dan het was. Het kostte heel wat jaren om de ziekte een plek te geven en ‘de rommel op te ruimen’, zoals hij de donkerte noemt waarin hij in die periode verkeerde. In die jaren deed hij niet zoveel.
Toen hij weer wat uit het dal omhoog was gekrabbeld hoorde hij dat de Supperclub te koop was en kocht het. “Het was een impulsieve actie. Ik kende het, vond het een toptent. Het zette Amsterdam op uitgaansgebied internationaal op de kaart en hoort bij de stad, is cultureel erfgoed. Dat mocht niet verloren gaan.”

Ayatollah  Zo kwam Van der Leden dus min of meer bij toeval in de horeca terecht. Sinds de opening van de Supperclub in 1999 volgden er nog 12 zaken, allemaal in Amsterdam. Imperium is dan ook het woord dat je invalt bij het zien van de lange lijst namen van al die schitterende zaken. Maar van die term moet hij zelf niets hebben. “Ik ben weleens de ayatollah van de horeca genoemd. Dan denk ik: ja ja, het zal allemaal wel.” Het is geen valse bescheidenheid: natuurlijk is hij trots op zijn zaken. “Weet je, ik ben gewoon enorm gedreven in mijn ondernemerschap. Rijk worden of de grootste zijn interesseert me niets. Ik ben meer van: doe maar normaal. Hard werken, vooral omdat het leuk is. Ik heb de mazzel dat ik een fijne club mensen om me heen heb waarmee ik dit allemaal mag doen.” Eén van die mensen is Rob Wagemans van Concrete Architectural Associates. Met hem richtte Van der Leden al zijn zaken in. “We kennen elkaar al heel lang. Hij weet feilloos wat ik bedoel nog voor ik het heb uitgesproken.”

Supperclub  Wagemans tekende ook voor het design van het nu vernieuwde Odeon-pand. “En dan krijg je dus dit”, zegt Van der Leden, met een groots gebaar om zich heen wijzend in het proeflokaal op de begane grond. Hoog boven ons, op het plafond, prijkt al 300 jaar een fresco van engelen. De bar is industrieel en de onderste baan op de verder witte wanden is fluorescerend oranje geschilderd. “Sommige mensen vinden dit misschien vloeken in de kerk, maar ik vind het mooi zoals Rob de oude elementen en de nieuwe uitstraling met elkaar verbindt.”
“Het is een gebouw met een ziel”, gaat hij verder. “De eerste en oudste concertzaal van Amsterdam huisvest nu een restaurant en danceclub. Er is in 300 jaar tijd niets aan veranderd. We hebben er alleen een nieuw decor in gezet. Ik vind dat magisch.”

Het was bijna te mooi om waar te zijn dat het pand op zijn pad kwam. In de Jonge Roelensteeg waar de Supperclub 25 jaar zat, liep het huurcontract af. “Dat was allemaal heel netjes van tevoren aangekondigd, maar natuurlijk baalde ik ervan. 3 maanden later kwam er echter ineens een telefoontje met de vraag of ik geen zaak wilde beginnen in het Odeon-gebouw.”

Levensinstelling  Karma? “Ik geloof dat positiviteit positiviteit voortbrengt. Ik leef naar die levensinstelling. Ik heb heus weleens ruzie, maar vind dat je vergevingsgezind moet zijn. Met negatieve gedachten doe je jezelf tekort. Van die momenten dat je een probleem met iemand hebt en denkt: laat ik maar omfietsen, want anders kom ik hem misschien tegen. Dat is toch het domste wat je kunt doen? Moet je zelfs ómfietsen! Ik heb het heel vaak goed gemaakt met mensen met wie het later weer misging. Maar dan denk ik: nou, dan passen we blijkbaar niet bij elkaar. Niet iedere broek past me ook, zo zijn de dingen. Maar ik wil niet in wrok omzien. Die instelling brengt mij het meest.”

Happyhappyhophop  Naast de Supperclub realiseerde IQ Creative in het vernieuwde Odeon-gebouw ook de Amerikaanse cocktailbar Apt. en Hoppa!. Laatstgenoemd concept staat voor zowel het speciaalbiercafé als de brouwerij erachter. De eerste 100 hectoliter Happyhappyhophop is al gebotteld: een fris biertje op basis van citroengras en gember, dat straks geserveerd wordt bij het Aziatische concept Happyhappyjoyjoy. Maar er zijn meer bieren in de maak. “Ik ben er helemaal ingedoken. En dan te bedenken dat ik tot 2 jaar geleden niet eens bier lustte. De biercultuur is zó fascinerend, veel minder hautain ook dan de wereld van wijn. Iedereen wil kennis delen en gunt elkaar wat.”
Hij wil ook iets met cider. En jenever. “Gin en whisky zijn in de afgelopen decennia al doorontwikkeld op smaakgebied, maar jenever smaakt nog net zoals 100 jaar geleden. Het is niet van deze tijd en daar wil ik verandering in brengen. Ik ben bezig met recepturen en iemand die er veel verstand van heeft. Je moet hier straks een volledig Hoppa!-kopstootje kunnen nemen.”

Bevoorrecht  En dat pensioen? “O nee hoor, daar denk ik echt niet aan. We hebben nog zoveel plannen. Ik heb vreselijk veel plezier in mijn werk. Soms denk ik: wat als ik naar school was gegaan in plaats van zee? Misschien was ik dan boekhouder geworden. Was ik dan net zo gelukkig geweest? Zo is het ook met die manisch-depressiviteit. Had ik die niet gehad, dan was ik hier waarschijnlijk niet terechtgekomen. Zo heeft alles zijn positieve kanten. Ik ben nog lang niet klaar. Ik mag elke dag met fijne mensen mooie dingen maken. Dan ben je toch een bevoorrecht man?”

Bert van der Ledens keuzes
* Favoriet restaurant: Le Garage.
* Favoriet café: heb ik niet. Daarom kwam ik met het idee van Hoppa!, dat is nu mijn favoriet.
* Favoriet gerecht: een goede côte de boeuf met een glas rode wijn.
* Favoriete drank: bier.
* Grootste voorbeeld: Richard Branson.
* Ambitie: geluk.
* Hobby: te veel om op te noemen.
* Wat er anders moet in de horeca: meer vriendelijkheid.

Reacties

Reactie toevoegen