Drank- en Horecawet: hoe zit het ook alweer?
Innovatie

Drank- en Horecawet: hoe zit het ook alweer?

Woensdag debatteert de Tweede Kamer over o.a. de Drank- en Horecawet, die na de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart wordt geëvalueerd. Deze wet is van groot belang voor horecaondernemers. Wat staat er nu precies in?

Tekst: Iris Kranenburg

Staatssecretaris Van Rijn van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, gaat dit jaar de Drank- en Horecawet evalueren. Onder andere de verhoging van de leeftijdsgrens, de decentralisatie van bevoegdheden naar gemeenten, blurring, paracommercie en de sociale hygiëne maken deel uit van deze wet. Uit de discussie kan een voorstel komen tot een wijziging van deze wet huidige Drank- en Horecawet. Uit recent onderzoek van het ministerie blijkt overigens wel dat de alcoholconsumptie per Nederlander afneemt en dat jongeren onder de 18 jaar minder drinken.

*1. Leeftijdsgrens en handhaving
In 2014 is de Drank- en Horecawet aangepast. Onder andere de leeftijdsgrens voor de verkoop van zowel zwak alcoholische drank als sterke werd verhoogd van zestien naar achttien jaar. Het toezicht op de naleving ervan ligt sindsdien niet meer bij de Voedsel- en Warenautoriteit, maar bij de gemeenten. Zij moeten daarvoor beschikken over een Preventie- en Handhavingsplan en Buitengewoon opsporingsambtenaren (Boa’s) voeren de controles uit. Horecagelegenheden die toch alcohol verstrekken aan jongeren onder de achttien kunnen van de gemeente een boete krijgen. Op deze manier moet overmatig alcoholgebruik onder jongeren en schade aan de gezondheid voorkomen worden. Daardoor zullen ook bijkomende kosten, bijvoorbeeld voor de behandeling van alcoholvergiftiging en ongelukken, omlaag kunnen.

Boa’s
Gemeenten worstelen vaak met hun toezichtstaak. Deze vergt namelijk kennis, en die ontbreekt in veel gevallen bij gemeenten. Zo moeten de controles uitgevoerd worden door Buitengewoon opsporingsambtenaren (Boa’s). En om te mogen handhaven moeten ambtenaren een opleiding volgen en voldoen aan specifieke kennis en eisen. Dat maakt hen duur. Vooral in kleinere gemeenten, waar minder ambtenaren beschikbaar zijn, is het organiseren van toezicht problematisch. Uit onderzoek van het ministerie blijkt dat 54% van de gemeenten ervaart één of meerdere knelpunten ervaart. Het gaat dan om: weinig tijd (47%); weinig financiële middelen (46%); (te) weinig BOA’s (33%); en (te) weinig BOA’s met de juiste bevoegdheden en competenties (26%).

Wederverstrekking
KHN vindt dat de verplichte ID-check van tafel moet. Alleen het verkopen van alcohol aan iemand jonger dan 18 moet strafbaar worden gesteld. Daarbij vindt de brancheverenging dat ook de wederverstrekker (ouders of oudere vrienden die alcohol doorgeven) strafbaar moet worden gesteld. Nu is alleen de ondernemer verantwoordelijk. De branchevereniging is voorstander om de handhaving bij de gemeente te laten, maar er moet wel in de wet geregeld worden dat verstrekkers verplicht betrokken moeten worden bij het opstellen van de preventie- en handhavingsplannen en ook de concrete uitvoering daarvan.

*2. Paracommercie
Gemeenten moeten een verordening met regels voor paracommerciële instellingen opstellen. Commerciële horeca-inrichtingen hebben een duidelijke winstdoelstelling. Dit onderscheidt de commerciële horeca nadrukkelijk van paracommerciële horeca-inrichtingen die horeca-activiteiten ondergeschikt moeten hebben gemaakt aan de hoofdactiviteit, zoals voetbalclubs, culturele instellingen en vergelijkbare instanties. Het zal duidelijk zijn dat dit een spanningsveld kan opleveren als verenigingen en stichtingen horeca-activiteiten ontplooien, los van hun hoofddoelstelling. Commerciële horecaondernemers ervaren dit als oneerlijke concurrentie en doen een beroep op de gemeente om hier tegen op te treden.

Centraal regelen
KHN vindt dat paracommercie centraal in de Drank- en Horecawet moet worden geregeld, dus niet lokaal. Gemeenten moeten namelijk door geldgebrek bezuinigen op sport en cultuur en komen in een spagaat. Met andere woorden: in de landelijke wet moeten de schenktijden voor paracommerciële instellingen en bepalingen voor de zogenaamde ‘bijeenkomsten van persoonlijke aard’ worden vastgesteld. Zodat daadwerkelijk wordt geregeld dat para commerciële instellingen geen oneerlijke concurrentie (kunnen) vormen voor reguliere horeca.

*3. Blurring
Gemeenten moeten toezien op naleving van de Drank- en Horecawet. Zij lopen echter tegen problemen aan. Zo mag een restaurant volgens de wet geen olijfolie verkopen aan gasten, maar gebeurt het wel volop. In veel gevallen gedogen gemeentes dus ‘blurring’, een mengvorm van horeca en detailhandel. De wetgeving die dit verbiedt is volgens de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) niet meer van deze tijd en moet aangepast worden. Daarom is de vereniging een pilot gestart om gemeenten te laten experimenteren met ‘blurring’. De pilot mag niet plaatsvinden in winkels waar veel minderjarigen komen, zoals speelgoedzaken en supermarkten. Daarnaast mag er niet aan dronken mensen en buiten openingstijden geschonken worden en er moet een toilet aanwezig zijn, voorwaarden die ook in de wet staan. In de voorwaarden voor deelnemende winkels in Rotterdam staat dat winkeliers in elk geval ‘kennis moeten nemen’ van de vereisten van de Sociale Hygiëne. Waar moet u aan denken bij ‘blurring’ in de horeca? Denk aan het verkopen van vinylplaten aan gasten in een koffiebar, van designstoelen in een beachclub en speciaal gemaakte kaas in een sterrenrestaurant. Waar moet u aan denken bij ‘blurring’ in retail? Een boekenwinkel met een koffiehoek of een kledingzaak met een wijnbarretje.

Professionals
KHN vindt dat de verstrekking en verkoop van alcohol over moet worden gelaten aan de professionals. Dus geen verruiming voor blurring met alcohol. Uit KHN-onderzoek blijkt dat een meerderheid van KHN-ondernemers geen behoefte heeft om alcoholverkoop te combineren met retail. Ook vinden zij het geen goed idee als winkeliers of dienstverleners (zoals kappers) hun activiteiten kunnen combineren met het verkopen of schenken van alcohol.

*4. Sociale hygiëne
Een bedrijf of organisatie waar alcohol geschonken en/of verkocht wordt, dient volgens de Drank- en Horecawet aan de eis Sociale Hygiëne te voldoen. Deze eis geldt níet alleen voor de bedrijfsleider of de eigenaar. Tijdens openingsuren moet er namelijk altijd minimaal één persoon in het bedrijf aanwezig zijn, die de Verklaring Sociale Hygiëne heeft. Als je bedrijf niet aan deze eisen voldoet, loop je het risico dat je bedrijf direct moet sluiten.

KHN
KHN wil een Alcoholwet die ervoor zorgt dat er met zo min mogelijk regels een verantwoorde verstrekking van alcohol wordt geborgd regelen. Alleen een integraal alcoholbeleid, waarbij alle betrokkenen samenwerken en verantwoordelijkheid nemen, heeft kans van slagen, zegt de branchevereniging. "Voldoende en goede handhaving zijn een cruciaal onderdeel van dit integraal alcoholbeleid. KHN vindt dat de lokale overheid (gemeenteraad en burgemeester) de regie moet nemen om dit tot stand te brengen. De gemeente moet goed en voldoende handhaven bij alle alcoholverstrekkers, bij jongeren maar ook op illegale situaties. Er is een cultuuromslag nodig: we moeten het als maatschappij niet normaal vinden wanneer jongeren onder de 18 roken en/of drinken. Eenheid van uitleg en toepassing van de regels is cruciaal. Als de lokale overheid faalt, moet de rijksoverheid ingrijpen ten behoeve van de volksgezondheid. KHN treedt op tegen leden die zich aantoonbaar en herhaaldelijk niet houden aan de leeftijdsgrens voor alcohol."
 

Reactie toevoegen